Prejudiciele beslissing incassokosten

Enige tijd geleden heeft een kantonrechter de Hoge Raad de prejudiciële vraag gesteld:   “Dient art. 6:96 lid 6 BW aldus te worden uitgelegd dat na het verzenden van de daarin genoemde veertiendagenbrief vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten is verschuldigd, dus zonder dat de crediteur na het verzenden van die (veertiendagen)brief nog een nadere incassohandeling verricht?”      

De KBvG heeft van de geboden mogelijkheid gebruik gemaakt om Schriftelijke opmerkingen ex. artikel 8 Reglement Prejudiciële Vragen van de Civiele Kamer van de Hoge Raad in te dienen. Op 13 juni 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan. 

Zie de link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2014:1405 .

Gerechtsdeurwaarders: vergezelling deurwaarder moet een politietaak blijven!

De KBvG roept de minister van Veiligheid en Justitie nogmaals op het wetsvoorstel dat regelt dat de gerechtsdeurwaarder bij binnentreding in woningen niet langer vergezeld wordt door een politieambtenaar, maar door een medewerker van de gemeente, in te trekken.  

Vandaag werd een deurwaarder bij een poging tot beslaglegging beschoten en elders in het land liet een bewoner die ontruimd moest worden, zijn woning vol gas lopen.  

“De gebeurtenissen van vandaag hebben pijnlijk duidelijk gemaakt hoe belangrijk het is dat de deurwaarder in de uitoefening van zijn ambtelijk werk vergezeld wordt door een politieambtenaar”, zegt John Wisseborn, voorzitter van de KBvG. Dat vinden wij niet alleen: ook de VNG en de Raad voor de Rechtspraak vindt dit géén taak voor een gemeente‐ambtenaar. De Raad van State was kritisch omdat het voorstel enkel om budgettaire redenen wordt gedaan.  

De Minister houdt zich doof voor al deze kritiek en wil zijn voorstel doorzetten. “Ronduit onbegrijpelijk”, aldus Wisseborn.”Ik hoop dat het na vandaag ook voor de Minister helder zal zijn wat het belang is van de politie‐ondersteuning van de gerechtsdeurwaarder. Ik moet er niet aan denken hoe het was afgelopen als de hulpofficier van Justitie er vandaag niet bij was geweest. “Het wetsvoorstel moet van tafel.”

Verbod op voorfinanciering out of pocketkosten

de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (de KBvG) en onze toezichthouder, het Bureau Financieel Toezicht (het Bft), zagen de voorfinanciering van out-of pocketkosten – met name griffierechten – door gerechtsdeurwaarders tot een ongewenst hoog niveau oplopen. Daarom is door de KBvG een voor alle gerechtsdeurwaarders in Nederland bindende bestuursregel vastgesteld met een verbod op de voorfinanciering van de “out of pocketkosten”. Die bestuursregel is met ingang van 1 december 2013 in werking getreden.

Wij mogen de out-of-pocketkosten dus niet meer voorschieten. Als dergelijke kosten gemaakt moeten worden, dan zullen wij u om een voorschot vragen alvorens de werkzaamheden mogen worden uitgevoerd. Na ontvangst van het voorschot kunnen de werkzaamheden worden verricht.

Wanneer wij meer dossiers voor u behandelen, dan controleren wij eerst of er in die dossiers ontvangsten zijn. Is dat zo en kunnen de out of-pocketkosten daardoor worden gedekt, dan is het vragen van een voorschot niet nodig zolang de dekking aanwezig blijft. Zodra dat niet het geval is, zullen wij contact met u opnemen en om een voorschot vragen. In de lopende dossiers zullen wij controleren of de vereiste dekking aanwezig is. Zo niet, dan ontvangt u alsnog een voorschotnota. Out-of-pocketkosten zijn de te maken kosten voor: informatie, verhaalsonderzoek, griffierecht, slotenmaker, ontruimersploeg. Wanneer wij een advocaat inschakelen, dan zullen de daaraan verbonden kosten ook bij wijze van voorschot gedekt moeten worden.

Hebt u vragen, neemt u dan contact op met ons kantoor.

Jeroen bedwingt Alpe d’Huez

Jeroen is nog steeds onder de indruk van het evenement: “Ik vind het steeds weer bijzonder om te zien hoe zo ontzettend veel mensen zich inzetten voor dit doel. Dat hebben die gekke Hollanders toch maar weer mooi voor elkaar gekregen!”

Bijna 8.000 fietsers en hardlopers probeerden op woensdag 5 juni en donderdag 6 juni de Alpe d’Huez te bedwingen. Dat deden ze om zoveel mogelijk sponsorgeld op te halen voor de overwinning op kanker en het verbeteren van de kwaliteit van leven van mensen die aan die ziekte lijden. Ook Jeroen Wegbrands (t.k. gerechtsdeurwaarder Swier cs Gerechtsdeurwaarders, links boven op de foto) heeft zich keihard ingezet voor dit doel. En met succes: Jeroen heeft Alpe d’Huez vier keer opgefietst! Een wereldprestatie. De actie heeft dit jaar ruim 25 miljoen Euro opgeleverd.

Jeroen op Alpe d’Huez

Jeroen is nog steeds onder de indruk van het evenement: “Ik vind het steeds weer bijzonder om te zien hoe zo ontzettend veel mensen zich inzetten voor dit doel. Dat hebben die gekke Hollanders toch maar weer mooi voor elkaar gekregen!”

Raad voor de rechtspraak bezorgd over hogere griffierechten

De Raad voor de rechtspraak is bezorgd over de voorgenomen verhogingen van de griffierechten. Vooral de verdubbeling van de griffierechten voor rechtszaken in hoger beroep beperkt de toegang tot de rechter, vindt de Raad.

Het kabinet stelt in een wetsvoorstel voor de griffierechten (de kosten die betaald moeten worden voor een gang naar de rechter) te verhogen. Vooral zaken in hoger beroep worden fors duurder. Zo worden de tarieven voor civiele zaken (tussen bijvoorbeeld burgers onderling of bedrijven en burgers) in hoger beroep verdubbeld.
De verhoging van de griffierechten voor zaken in eerste aanleg is minder hoog tot verwaarloosbaar. In het wetsvoorstel staat dat het kabinet hecht aan een laagdrempelige toegang tot de rechter. Het gemiddelde percentage waarmee de griffierechten worden verhoogd, is 15 procent.

 

Andere verdeling

De Raad zegt in het wetgevingsadvies (PDF, 64 Kb) begrip te hebben voor het feit dat er gezocht wordt naar wegen om financieringsproblemen bij de Rechtspraak het hoofd te bieden. Het vorige kabinet had het plan om kostendekkende griffierechten in te voeren. De Raad is blij dat het huidige kabinet minder vergaande verhogingsvoorstellen doet.
De Raad pleit in het wetgevingsadvies echter voor een andere verdeling van de verhoging over zaken in eerste aanleg en hoger beroep. Volgens de Raad zou de verhoging voor zaken in eerste aanleg enkele procenten moeten zijn en voor zaken in hoger beroep maximaal 60 procent.

 

Minder zaken voor de rechter

Een toets leert dat de nu door het kabinet voorgestelde verhogingen jaarlijks leiden tot achtduizend rechtszaken minder. Het aantal handelszaken (aansprakelijkheden, contractbreuk, geldvorderingen, verzekeringskwesties) in hoger beroep neemt naar verwachting af met 14 procent. Dit is van een ‘zodanige omvang dat men zich de vraag kan stellen of de toegang tot de rechter hierdoor niet te zeer beperkt wordt’, aldus het wetgevingsadvies.
Ook in andere rechtsgebieden zullen er minder zaken zijn: belastingzaken in hoger beroep (- 6 procent), bestuurszaken in hoger beroep (- 5 procent),  belastingzaken en bestuurszaken in eerste aanleg (- 4 procent) en familiezaken in hoger beroep (- 2 procent).

 

Griffierecht incassozaken

De Raad voor de rechtspraak vraagt in zijn wetgevingsadvies verder aandacht voor de gevolgen van de verhoging van de griffierechten in incassozaken vanaf 500 euro. Deze werden per 1 juli 2011 verhoogd, met het veranderen van de competentiegrens voor de kantonrechter (‘Wet Deetman’). Sindsdien bedraagt het griffierecht voor vorderingen tussen de 500 en 12.500 euro 448 euro. Daardoor wordt er steeds vaker vanaf gezien om vorderingen tot 1.500 euro via de kantonrechter te incasseren. De verhouding tussen het te incasseren bedrag en de te maken kosten is zoek, meent de Raad.

Dat is nadelig voor het midden- en kleinbedrijf, maar ook voor de mensen die een kleine schuld niet kunnen betalen en dan na incasso met een veel grotere schuld blijven zitten. De Raad noemt dit een onwenselijke situatie en vraagt de minister het griffierecht in incassozaken bij geschillen tussen 500 en 1.500 euro substantieel te verlagen.

Reparatiewet Griffierechten burgerlijke zaken

Per 1 april is de Reparatiewet Griffierechten in burgerlijke zaken in werking getreden.

Voor de advocatuur is dit belangrijk nieuws, omdat dit betekent dat de aanzeggingen in dagvaardingen hieraan aangepast moeten worden, teneinde nietigheden te voorkomen.

De beroepsgroep voor Gerechtsdeurwaarders, KBvG, heeft in navolging op deze wet de aanzeggingen opnieuw geformuleerd tot standaard aanzeggingen die weer voldoen aan de regelgeving.

Klik hier voor de nieuwe aanzeggingen, zoals ze in iedere dagvaarding moeten staan en de toelichting hierop. Met deze model-aanzeggingen kunt u de standaard aanzeggingen in uw eigen dagvaardingen vervangen.

Uiteraard zijn wij altijd beschikbaar voor een toelichting!

AANPASSING WETTELIJKE REGELING BETALINGSTERMIJN ZAKELIJKE TRANSACTIES

DE WETTELIJKE REGELING TOT 16 MAART 2013

Over de betalingstermijn van een factuur was tot 16 maart 2013 in de wet slechts opgenomen deze “niet onredelijk” mocht zijn. Dit had tot gevolg dat bedrijven verschillende termijnen hanteren voor de betaling van hun factuur.

NIEUWE WETTELIJKE REGELING PER 16 MAART 2013

 

Zakelijke transacties tussen bedrijven onderling

Per 16 maart 2013 wordt een nieuwe wettelijke regeling van kracht, die bepaalt dat als in de overeenkomst geen andere afspraken zijn gemaakt over de betalingstermijn van de facturen, de betalingstermijn 30 dagen is. Een kortere betalingstermijn mag dus wel worden afgesproken, maar moet alsdan tussen partijen zijn overeengekomen. Een minimale betalingstermijn is niet vastgelegd en mag aldus door partijen zelf worden overeengekomen.

Een langere betalingstermijn dan 30 dagen mag tussen partijen ook worden overeengekomen, echter, deze termijn mag in principe niet langer zijn dan 60 dagen. Indien een betalingstermijn wordt overeengekomen van meer dan 60 dagen, zal door partijen moeten worden aangetoond dat die langere termijn voor geen van beide partijen nadelig is.

Zakelijke transacties tussen bedrijven en overheden

Indien zaken wordt gedaan met de overheid, geldt vanaf 16 maart 2013 een betalingstermijn van 30 dagen. Van deze termijn kan vrijwel niet worden afgeweken.

UITBLIJVEN BETALING OF VERLATE BETALING

Indien naar aanleiding van het versturen van de factuur betaling uitblijft of de betaling wordt later dan de betalingstermijn gedaan, dan mogen incassokosten en de wettelijke handelsrente (of contractuele rente) in rekening worden gebracht. Die incassokosten die rekening mogen worden gebracht, worden berekend naar aanleiding van een standaardtarief:

 

Hoofdsom                      Percentage     Minimum/maximum
tot € 2.500                            15%              minimaal € 40
over de volgende € 2.500     10%
over de volgende € 5.000       5%
over de volgende € 190.000   1%
over het meerdere                0,5%             maximaal € 6.775

 

BELANGRIJK OM TE CONTROLEREN:

– De algemene voorwaarden moeten in overeenstemming met de nieuwe wettelijke regeling worden aangepast;
– Facturatie dient correct te gebeuren, denk hierbij aan de adressering aan een afdeling bij een groter bedrijf en een juiste vermelding van de betalingstermijn.

 

Jeroen rijdt voor de rozen

Onze helden: Jeroen Wegbrands (links, tk-gerechtsdeurwaarder bij Swier cs), Jordi van Zaal en Peter Versteeg. Zij hebben 9 september de door Lance Armstrong geïnitieerde Ride for the Roses gereden, een 120 km wielertoer met het grootste peloton van de wereld. Het doel: geld inzamelen voor KWF Kankerbestrijding. Jeroen: “Het was de eerste keer dat ik deze toer reed en ik ben blij hier deel van uitgemaakt te hebben. Het is een zeer indrukwekkend evenement waarbij ik op bepaalde momenten echt even kippenvel kreeg. Veel mensen die bij de opening hun emoties de vrije loop lieten, mensen die echt specifiek voor iemand rijden en heel veel mensen die ons stonden aan te moedigen langs de kant van de weg. In totaal is er € 2.100.000 opgehaald voor het KWF. Ik ga hem, als het lukt, volgend jaar zeker weer rijden!”